10 May 2012

Fons de Wolf: schaap in schapenvacht

Op elke Belg die zijn brood wil verdienen met de fiets, rust een vloek. Van bij de eerste pedaalslag, de eerste kassei, de eerste heuvel.

Fons De Wolf (22 juni 1956) werd prof in het jaar nadat de Allergrootste ermee was gestopt. En Fons had een groot probleem: hij was goed. Erger nog, hij was een stilist. Zijn gazellenbeentjes trapten in boter van de meest malse soort. Handen bovenop het stuur. Nooit een veeg snot aan de neus.

De Wolf won in een paar maanden tijd de Ronde van Lombardije, de Trofeo Baracchi, en Milaan-Sanremo. En zo werd hij de allereerste ‘nieuwe Merckx’. Na hem zouden er nog volgen: Daniël Willems, Eric Vanderaerden, Frank Vandenbroucke…

Maar het verval kwam er sneller dan verwacht. Ging hij gebukt onder zijn frêle gestel of de te grote verwachtingen? Eén sublieme stuiptrekking kwam er nog. De 14de etappe in de Tour van 1984. Die dag stond ik langs een route départementale, ergens tussen Rodez en Domaine du Rouret. Het was ouderwets heet; de tubes kleefden aan het tarmac. De fles Evian die ik De Wolf wilde aanreiken, was tegen zijn passage al lang op. Maar geen klachten gehoord van brave Fons. Het peloton hield een vroege rustdag en vóór De Wolf het doorhad, kwam hij over de meet met ruim een kwartier voorsprong. Fignon was die dag 2e, Hinault 3e. Zo’n podium staat best mooi in het plakboek van je carrière.

In het algemeen klassement stond De Wolf pardoes 4e. Zou hij dan toch…? De dag nadien liet hij zich royaal uitzakken, en kreeg hij zelf ruim 20 minuten aan de broek gesmeerd. Anders kon ik me nooit meer ongestraft in een nieuwe ontsnapping storten, klonk het laconiek.

Fons werd later nog eens de risée van het peloton toen hij buiten tijd aankwam op een proloog (!). De artiest werd een kermiscoureur. Een schim van een schim van zichzelf. Hij probeerde nog een laatste keer bij Tulip – maar toen was hij al lang uitgebloeid.

Jaren later kijkt De Wolf met een goed gevoel terug op zijn carrière. Geen greintje spijt om gemiste kansen. Plus, de glamourboy van toen ziet er nog altijd patent uit. De vloek lijkt gebroken.

Fons

[deze post verscheen eerst op Het Is Koers]

1 Mar 2012

De perfecte naam

  Mijn vaders vader heette Michel. Michel Catrysse. U merkt meteen dat dit de perfecte naam is. Tenminste, als u onderlegd bent in etymologie.

Was deze naam een bouwwerk, dan was het een piramide. Giet ze in marmer, en er komt een David tevoorschijn. Zo’n naam dus. Van een zuivere schoonheid, geen speld tussen te krijgen.

Michel is namelijk afgeleid van Michaël, de aartsengel die de draak vertrapte. We lezen in de Openbaring van Johannes (12: 7-12): 

En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen stand houden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

 Wie niet zo bijbelvast is,  herinnert zich misschien de pakjes Groene Michel. Zonder filter. Na de tweede sigaret kun je de rook met een bot broodmes fileren. Op het pakje stond de heilige Michaël afgebeeld, met de duivel onder zijn voeten. 

Groene Michel was niet toevallig het huismerk van mijn grootvader. Een voorkeur die hij vast deelde met zijn kaartmaten wanneer hij ging manillen  in Café Den Engel  (ik verzin het niet). Het merk heeft trouwens zijn stoere imago verloochend; ik wens het een stille dood toe.

Maar wat we vooral onthouden: Michel = de drakendoder.

‘En Catrysse dan?’, vraagt de weetgierige lezer zich af. Catrysse is een niet zo courante naam in het binnenland; ze gedijt het best aan de kust. Het is een naam die klinkt als een verwensing - iets waar kwaaie leraars gretig gebruik van maken.

Volgens filoloog Frans Debrabandere1 is Catrysse een verkorte vorm van het Franse cocatrice. Afgeleid van het Middellatijnse cocatrix. En dat betekent: krokodil, draak.

Volgens de Franse taalkundige Albert Dauzat2 is het een 'bijnaam voor de drager van een vaandel met de draak, of bestrijder van de draak, in processies'.


We onthouden: Catrysse = de drakendrager.

 

De cirkel is rond.

Pepe_fleter_001


1 Frans DEBRABANDERE, ‘Woordenboek van de Familienamen in België & Noord-Frankrijk’, 1993.
2 Albert DAUZAT, ‘Dictionnaire étymologique des noms de famille et prénoms de France’, 1951.

 






9 Feb 2012

Hoe Eddy Merckx nooit de Tour won

Het zal je maar overkomen. Uitblinken in een sport waarvan je niet weet dat je jezelf ooit zult kunnen bewijzen.  Al sinds 1997 moeten schaatsers op natuurijs het zonder hun hoogdag stellen. Ook dit jaar wellicht geen Elfstedentocht.

Dat deed me nadenken. Wat als je die lijn doortrok naar andere sporttakken?

Stel  dat de Ronde van Frankrijk alléén werd verreden in jaren dat er een Elfstedentocht was. Dan had Eddy Merckx de Tour nooit gewonnen. Of neem voetbal: dan had Club Brugge nooit kampioen gespeeld. Maar we hadden wél maar 5 Eurosongfestivals gehad – dat compenseert.

 

Elfstedentocht

Tour de France

Voetbal

Nobelprijs Literatuur

Eurosongfestival

1909

François Faber (LUX)

Union Saint-Gilloise

Selma Lagerlöf

-

1912

Odiel Defraeye (B)

Daring Club de Bruxelles

Gerhart Hauptmann

-

1917

-

-

Karl Adolph Gjellerup

-

1929

Maurice De Waele (B)

Antwerp

Thomas Mann

-

1933

Georges Speicher (F)

Union Royale Saint-Gilloise

Ivan Boenin

-

1940

-

-

-

-

1941

-

-

-

-

1942

-

Lierse

-

-

1947

Jean Robic (F)

Anderlecht

André Gide

-

1954

Louison Bobet (F)

Anderlecht

Ernest Hemingway

-

1956

Roger Walkowiak (F)

Anderlecht

Juan Ramón Jiménez

Lys Assia

1963

 

Jacques Anquetil (F)

Standard

George Seferis

G. & J. Ingmann

1985

Bernard Hinault (F)

Anderlecht

Claude Simon

Bobbysocks

1986

Greg LeMond (USA)

Anderlecht

Wole Soyinka

Sandra Kim

6 Dec 2011

De dag dat een Italiaan de Fantasie vermoordde

In 1982 was ik tien. Oud genoeg om kleine drama’s te onthouden voor de rest van je leven. Een paar maanden eerder was mijn vaders vader overleden. Een brave man die ik in mijn hart draag. Al was het maar omdat hij ervan overtuigd was dat de Muppets echt spraken.

Datzelfde jaar stond ik voor het eerst op een groot voetbalveld. 7-1 verlies tegen die van 4C. Nog altijd zie ik Tony Six zweven tussen hemel en aarde. Een engel, bevroren in een perfecte omhaal. Het ging trouwens om een ongevaarlijke bal op het middenveld: de tedere zinloosheid van esthetiek.

Gelukkig was ik in het diepst van mijn gedachten Zico. En als het echt moest: Sócrates, Júnior of Éder. Tijdens de middagpauze speelden ons college heelder wedstrijden na van de mooiste 11 ooit. In een tijd dat de wereldbeker nog mundial heette. In een land dat nog maar een jaar beschaafd was, na een mislukte coup van een kolonel met een rare baret.

Jongetjes die in Adrie Koster een messias zien, moeten in Telê Santana een gecombineerde Buddha, Jahweh en Shiva erkennen. Trainer Santana gaf zijn spelers duidelijke instructies mee:

  • Passen deed je enkel met het buitenkantje.
  • Opwippertjes en hakjes waren de norm.
  • Niemand mocht het veld af vóór hij minimaal twee bruggetjes had geprobeerd.
  • Een bal legde je dood met de borst, of door iets ingewikkelds te doen met je slechte voet.
  • Telkens de fans de samba roffelden, diende het laterale spel in één ruk diep te gaan.
  • Een gemaakte goal, die maakte je niet. Punt. Desgevallend keerde je terug, en je begon opnieuw. Tot je spits kon afwerken met een lob, een kogel of een omhaal.
  • En nog een pittige: een terugspeelbal naar je keeper mocht - maar dan moest die per definitie levensgevaarlijk zijn.

 

Dat waanzinnige plan lukte keer op keer.  Tot Brazilië in 5 juli 1982 op een uitgekookte Paolo Rossi botste. Volgens mijn romantische visie op de feiten is Sócrates toen aan de drank ten prooi gevallen. Uitgeteld op de grasmat, in zijn veel te korte broekje.

 

Socrates

 

8 Nov 2011

Meester boven meester

De intellectuele prestatie waar ik het meest trots op ben, dateert uit de zomer van 1983. Ik was elf en had net het vijfde leerjaar afgewerkt. Op mijn rapport stond: 92%, en eerste van de klas.

Jaren later bleek dat de top van de klas vol lichtelijk geniale mensen zat. Die vaak doctoreerden in niet al te simpele vakgebieden. Om er maar twee te noemen: eentje werd afdelingshoofd van de experimentele cancerologie aan een gerespecteerde universiteit. Een ander excelleerde in cardiovasculaire dynamica

En ik, ik werd copywriter en schrijf nu al jaren aan een stuk reclameteksten.

De leraar uit dat vijfde leerjaar is van alle proffen, mentoren en lectoren die de revue zijn gepasseerd de mens die me het meest is bijgebleven. Het hele jaar door bracht hij in de les geschiedenis een vervolgverhaal. Ben Hur. Hij speelde een film na met één attribuut: zijn meterstok. Bekijk de film en je snapt de krachttoer. Complete massascènes bracht-ie in zijn eentje.

En wij hingen aan zijn lippen. Waren we minder verwend dan de jeugd van nu? Wie weet. Wij speelden nog met knikkers en bikkels - Mario bros. stond nog in zijn kinderschoenen. Maar breng eenzelfde verhaal met hetzelfde vuur, en de jeugd van nu zal wéér ademloos toehoren.

Hulde aan alle gedreven meesters en juffen.

Heston

 

schwalbekoenig's Space

Fan van de koers, goede reclame, Club Brugge, sarcasme, mooie zinnen, lijstjes, en panna cotta.